Programma

Programma seizoen 2018-2019

Een nieuw seizoen voor onze studiekring waarin vrij recente publicaties voor een belangrijk deel de onderwerpkeuzes hebben bepaald. Hierdoor ligt het voor de hand dat de actualiteitswaarde van sommige thema’s wat hoger ligt dan gebruikelijk. Verder komen ook meer tijdloze onderwerpen aan de orde zoals het nadenken over kennis. Overigens doet het gebruik van het begrip tijdloos denken aan een opmerking van Augustinus die in ons tweede thema aan de orde komt: Het menselijk tijdsbegrip ligt ten grondslag aan herinnering en verwachting. Hierbij aansluitend kunnen we ook vanuit ons kringwerk goede bijeenkomsten in herinnering brengen en gelet op het programma voor dit seizoen opnieuw inspirerende avonden verwachten.

De keuze van het eerste thema religie in de publieke ruimte is ingegeven door het proefschrift van Teunis van Kooten (dec. 2017) waarvan ook minister Grapperhaus met belangstelling een exemplaar in ontvangst heeft genomen. Op de tweede kringbijeenkomst komt de schrijver zijn dissertatie over scheiding van kerk en staat toelichten. Op de opening van ons kringseizoen zal Roel Kuiper juist het complement van deze scheiding onder de loep nemen. Uit zijn bijdrage in deze syllabus blijkt uit de aanbeveling in het WRR-rapport dat ook dit onderwerp in de belangstelling staat.

Beatrice de Graaf heeft op verzoek van de PKN een boek over veiligheid geschreven. We stellen het op prijs dat zij ook bij ons een presentatie van Heilige strijd wil geven. Omdat  in het boek op Augustinus wordt teruggegrepen is in overleg als tweede thema Augustinus anno nu gekozen. Daarom zijn we heel blij dat op de voorafgaande avond Augustinuskenner Paul van Geest ons bij dit thema relevante zaken wil aanreiken.

De reden van de keuze van ons derde thema Calvijn en de economie is tweeledig. Vorig seizoen hebben we in het kader van het Reformatiejaar een thema Luther opgenomen en ter completering  leek het ons goed om nu aandacht aan Calvijn te besteden. Bovendien stond in het tijdschrift Sophie een interview met Roelf Haan over de voor velen niet zo voor de hand liggende combinatie van de reformator met deze sociale wetenschap. We waarderen de bereidheid van de geïnterviewde om zijn inzichten betreffende dit thema te presenteren onder de titel Waarheid en wijsheid in de economie. Op de hieraan gekoppelde avond zal Roel Jongeneel zijn inzichten vanuit zijn boek Eerlijke economie met ons delen.

Ons laatste thema is gelijk aan de prikkelende titel van het boek van Onno Zijlstra: Een zekere twijfel. Hij behandelt hierin aan de hand van de vier vragen van Kant een geschiedenis van de westerse filosofie. Zijlstra hanteert in zijn boek een toegankelijke schrijfstijl waarbij de tekst bovendien verluchtigd wordt met passende tekeningen. We hebben de schrijver gevraagd om het eerste hoofdstuk Wat kan ik weten? voor ons in te leiden. Daarna –op de laatste avond van het seizoen– is René van Woudenberg bereid om hoofdstuk drie Wat mag ik hopen? vanuit zijn deskundigheid ons te presenteren. We overwegen overigens om het volgende seizoen de andere twee hoofdstukken aan de orde te stellen waarbij we ons realiseren  dat een dergelijk intensief gebruik eigenlijk noopt tot aanschaf van het boek. Hierover volgt nog verdere informatie.

Laten we net zoals we zijn begonnen ook eindigen met een uitspraak van Augustinus: Bij wijsheid hoort het doorgronden met het intellect van wat eeuwig is; bij kennis het rationeel begrijpen van wat tijdelijk is.


12 oktober 2018: Prof. dr.  Roel Kuiper

De publieke zeggingskracht van religie: Voorbij de scheiding van kerk en staat

Onlangs verscheen een opmerkelijk rapport bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dit is een belangrijk adviesorgaan van de regering. Het gaat over de rol van religie in de samenleving: Geloven in het publieke domein. Het rapport ziet een belangrijke rol weggelegd voor gelovigen. Mag dit christenen hoopvol stemmen? Lange tijd werd onheilspellend verkondigd dat geloven een privéaangelegenheid was geworden. Was het niet de inzet van de Paarse kabinetten – althans van Paarse ministers – om religie zoveel mogelijk te weren van het publieke terrein? Geloven deed je thuis. Hoe lang is dat geleden? En wat beleven we dan nu? Burgemeesters die de rol van kerk en synagoge aanprijzen. Wetenschappelijke rapporten die de politiek manen zich meer van geloof en religie aan te trekken.

Ik wil in deze korte bijdrage enkele aspecten uit het WRR-rapport lichten. Het gaat me om de wisselwerking tussen religie en samenleving en de rol van kerken. Gevestigde orthodox-christelijke kerken waren gewend aan een uitgekristalliseerde regeling van de verhouding tussen kerk en staat. Toch kunnen de kerken, nu er nieuwe kansen ontstaan, een nieuwe bijdrage leveren. Juist omdat in Nederland de verhouding tussen religie en samenleving nooit hermetisch afgesloten is. De kerken moeten dan wel leren zelf de grenslijn weer over te steken en zich te manifesteren op het publieke erf.


9 november 2018: Mr. dr. Teunis van Kooten

Scheiding van kerk en staat

In deze lezing staat in het bijzonder de vraag centraal hoe kerkgenootschappen gegeven  hun bijzondere karakter, binnen de huidige regelgeving en rekening houdend met hun eigenheid als bijzondere rechtsvorm, juridisch volwaardig kunnen functioneren als onderdeel van de Nederlandse civil society en daarnaast welke aanpassingen in die regelgeving gewenst zijn om dat functioneren te optimaliseren.

In de regelgeving die (mede) betrekking heeft op kerkgenootschappen komt de opvatting van de staat over zijn neutraliteit te aanzien van religieuze stromingen tot uitdrukking. Deze regelgeving heeft onder andere betrekking op de institutionele autonomie van kerkgenootschappen, de wijze waarop de overheid hen faciliteert en hun deelname aan het maatschappelijk verkeer regelt. In die regelgeving kan de staat er ook voor kiezen om af te zien van het geven van voorschriften, bijvoorbeeld omtrent de wijze van organisatie van kerkgenootschappen. Deze lezing gaat in op een drietal aspecten van deze regelgeving.


14 december 2018: Prof. dr. Paul van Geest

Met zachte hand: Augustinus over dwang in kerk en maatschappij

Het werk van Aurelius Augustinus (354-430) staat wereldwijd ook in de 21e eeuw onverminderd inde belangstelling. Dit is misschien ook wel omdat er in zijn werk ook heel wat ‘stenen des aanstoots’ te vinden zijn voor mensen van vandaag. Augustinus’ uitspraken en opvattingen over vrouwen of over joden, over lichamelijkheid en (homo)seksualiteit of over theologische kwesties zoals predestinaties zorgen nogal eens voor verontwaardigde en afwijzende reacties. Het betreft hier juist thema’s die in onze eigen tijd gevoelig liggen, zonder dat dit meteen het geval was in Augustinus’ dagen. Vanuit modern perspectief bestaat daardoor het risico dat Augustinus’ denkbeelden eenzijdig of gekleurd worden weergegeven, of zelfs dat hij compleet verkeerd wordt geïnterpreteerd. Deze lezing gaat over zo’n heet hangijzer uit de Augustinus-receptie: zijn opvattingen over geweld en dwang. Dwang in zake van godsdienst? Het staat haaks op moderne waarden als respect voor andersdenkenden en religieuze pluriformiteit.Toch moeten we beseffen dat een concept als ‘religieus geweld’ in de oudheid niet eens bestond. In deze lezing wil ik de opvattingen van Augustinus over dwang en geweld behandelen binnen hun historische contekst.


11  januari 2019: Prof. dr. Beatrice de Graaf

Heilige strijd: Het verlangen naar veiligheid en het einde van het kwaad

Uitgangspunt voor deze lezing is het boek dat Professor Beatrice de Graaf op verzoek van de PKN geschreven heeft om vanuit protestants-christelijk referentiekader een bijdrage te leveren aan het debat over veiligheid. Zij beweegt zich in het spoor van de Reformatie en grijpt daarbij terug op Augustinus. De Graaf past het onderscheid dat de reformatoren Luther en Calvijn maakten tussen securitas, menselijke zekerheid, en certutido, de zekerheid die God Gbiedt, toe op veiligheid. In het spoor van Augustinus, Luther en Calvijn ontwikkelt De Graaf haar eigen visie op veiligheid, waarbij ze zich baseert op Micha 6:8: “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God”


8  februari 2019 : Dr. Roelf Haan

Verborgen vragen: Waarheid en wijsheid in de economie

Nut mag niet verward worden met zin; efficiëntie kan tot stand gebracht worden, zin deelt het grenskarakter van het begrip waarheid. In de economische wetenschap domineert de constructie vooraf, volgens het model van de neoklassieke orthodoxie. De theorie bestudeert veeleer zichzelf dan de economische werkelijkheid; die bestaat uit concrete ervaringen van mensen van vlees en bloed. De institutionele verankering in officiële faculteiten, instituten en publicaties belemmert een vruchtbare verhouding tussen deze theoretische en de reële wereld. Er zijn echter steeds meer initiatieven die de aansluiting beter willen leggen. Dit betekent dat op de rol van het eigenbelang terreinwinst wordt geboekt  op die van het algemeen belang als verklarende principes van economische processen. Calvijn heeft in dit verband als gulden regel en fundamenteel principe in de economie gesteld: “Alles wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus”


8  maart 2019 : Dr. ir.  Roel Jongeneel

Eerlijke economie; Calvijn en het sociaaleconomisch leven

Wie kennis neemt van wat Calvijn heeft gedaan en geschreven kan niet anders dan diep onder de indruk zijn. Centrale elementen in Calvijn's theologisch denken zijn de eer van God en het heil van de mensen. Hij benadrukt daarom de eenheid van het leven. Ook het economisch leven ontsnapt daarbij niet aan zijn aandacht. Zijn visie op de economie wordt gekenmerkt door zorg en solidariteit. Ze is daarom ook altijd een sociale economie om te voorzien in de basisbehoefte van allen. De reformator was bovendien bij alles ook heel nuchter: hij handelde vaak pragmatisch en praktisch.


12 april 2019: dr. Onno Zijlstra

Wat kan ik weten? Kennis en werkelijkheid

De vier 'grote vragen' van Immanuel Kant vormen in het boek Een zekere twijfel de leidraad voor een inleiding in de filosofie: Wat kan ik weten?, Wat moet ik doen?, Wat mag ik hopen? en Wat is de mens?.

Onno Zijlstra brengt in zijn boek de vragen tot leven en beschrijft de antwoorden die grote denkers in de loop van de tijd op die fundamentele vragen hebben gegeven. Hij verbindt de alledaagse werkelijkheid met de ideeën van de grote filosofen. Omdat de antwoorden vaak opvallend uiteenlopen, worden we uitgedaagd mee te denken en positie te kiezen.

In deze lezing behandelt Zijlstra de eerste vraag.


17 mei 2019 : Prof. dr. René van Woudenberg

Wat mag ik hopen? De vraag naar de zin van het bestaan

De vier 'grote vragen' van Immanuel Kant vormen in het boek Een zekere twijfel de leidraad voor een inleiding in de filosofie: Wat kan ik weten?, Wat moet ik doen?, Wat mag ik hopen? en Wat is de mens?.

Onno Zijlstra brengt in zijn boek de vragen tot leven en beschrijft de antwoorden die grote denkers in de loop van de tijd op die fundamentele vragen hebben gegeven. Hij verbindt de alledaagse werkelijkheid met de ideeën van de grote filosofen. Omdat de antwoorden vaak opvallend uiteenlopen, worden we uitgedaagd mee te denken en positie te kiezen.

In deze lezing behandelt René van Woudenberg de derde vraag: Wat mag ik hopen? Hij doet dat uiteraard vanuit zij eigen perceptie.

 

Programma seizoen 2017-2018

We hebben voor dit seizoen drie redenen om niet zoals vorig jaar opnieuw voor een jaarthema te kiezen. Allereerst hebben we gemerkt dat helaas maar weinigen in onze onderwerpkeuze de rode lijn hebben ontdekt. Een tweede reden is van inhoudelijke aard. Hoe zou een kring van christelijke filosofie geen aandacht kunnen besteden aan de gebeurtenissen van 500 jaar geleden? Maar om dan het hele seizoen in het kader van de reformatie te plaatsen leek ons te veel van het goede. En tenslotte is een derde overweging van meer pragmatische aard. Omdat we het eigenlijk te lastig vonden hebben we ons maar bij de onderstaande keuze van thema’s neergelegd.

Inderdaad vallen de eerste twee avonden rond 31 oktober. Dus ligt het voor de hand om het thema van deze bijeenkomsten met Luther in verband te brengen. Maar we vormen een filosofische en geen theologische kring. Vandaar dat de gedachte opkwam om Luther en zijn wat bredere (culturele) discussies als onderwerp te kiezen. Zo hoopt 6 oktober prof. Te Velde ons de confrontatie van Luther met Thomas More te schilderen, waarna op 10 november prof. Sarot ons wil laten zien hoe Luther en Erasmus de degens hebben gekruist.

Het volgende thema –deugdethiek– is gebaseerd op de heruitgave van het boek van Martha Nussbaum De breekbaarheid van het goede. We zijn blij dat Jacob Vroegop de bespreking van dit lijvige werk op onze derde kringavond voor zijn rekening wil nemen. Eveneens zeer ingenomen zijn we met de toezegging van de deskundige prof. Van Tongeren zijn publicatie over deugdethiek en levenskunst in dit kader voor ons te behandelen.

Een klein rood lijntje in de thematiek wordt nu wél getrokken, want ook op de vijfde en zesde kringavond komt ethiek aan de orde. Op deze bijeenkomsten staat namelijk de biotechnologie centraal. We hebben ervoor gekozen om op de eerste avond vooral de technische mogelijkheden te bespreken. Dat wil dr. Fransen als wetenschapper en wetenschapsjournalist graag voor zijn rekening nemen. Uiteraard zal op deze avond het morele aspect niet geheel ontbreken. Maar prof. Jochemsen heeft vooral de taak op zich genomen om op de volgende kringavond de ethische en politieke consequenties van onze biotechnische mogelijkheden onder de loep te nemen.

En dan komen we bij ons laatste thema van dit seizoen: sociaal culturele filosofie. Het boek van Hans van der Loo Paradoxen van Modernisering vormt hierop een mooie inleiding. Het lezen van dit boek wordt zelfs op de VU verplicht gesteld voor het volgen van het college met de naam van ons thema. Opnieuw is Otto de Bruijne bereid om zich in een voor hem niet alledaagse stof te verdiepen. We zijn hem dan ook zeer erkentelijk dat hij ons een samenvatting van het genoemde boek wil presenteren. Deze erkentelijkheid betreft ook zeker prof. Buijs die in dit kader zijn nog niet gepubliceerde boek op de laatste kringavond voor ons wil behandelen. Een hoofdstuk hieruit mocht zelfs al in onze syllabus worden opgenomen.

We realiseren ons terdege dat niet alle keuzes van de thema’s bij alle kringleden de hoogste prioriteit zullen hebben en dat het uiteindelijke verloop van een avond misschien ook wel anders is dan we ons hebben voorgesteld. We erkennen in dezen onze beperking. Maar in deze beperkingen mogen we, zoals in de opzet van iedere avond met opening en sluiting tot uiting komt, toch hopen op een leerzaam en bovenal gezegend seizoen.


6 oktober 2017 : Prof. dr.  Rudi te Velde

Luther versus Thomas More: Thomas More als ketterjager en bestrijder van het protestantisme

Voor velen heeft Thomas More, de auteur van de beroemde Utopia, de reputatie van een groot humanist, een gewetensvol jurist en bestuurder, en een moedige verdediger van de eenheid van de kerk in zijn verzet tegen de schismatieke politiek van Hendrik VIII. Zijn weigering in te stemmen met het voornemen van de koning zich af te scheiden van de kerk van Rome heeft hem uiteindelijk op het schavot gebracht. Zijn martelaarsdood in 1535 heeft hem in ogen van de kerk tot een heilige gemaakt.

Het misschien wat geïdealiseerde beeld van Thomas More als een humanistische voorvechter van de vrijheid van het geweten wordt scherp bekritiseerd door de Engelse schrijfster Hilary Mantel in haar veel geprezen boek Wolf Hall, een roman dat zich afspeelt aan het hof van Hendrik VIII en met name de rivaliteit tussen More en Thomas Cromwell in het licht stelt. Mantel keert het beeld van Thomas More geheel om en portretteert hem als een fanatieke ketterjager die van de bestrijding in woord en daad van het vroege protestantisme een persoonlijke kruistocht maakte. Voor Mantel is More alles behalve een verlichte filosoof die opkwam voor de vrijheid van het individu, zoals hij vaak gezien wordt, bijvoorbeeld in het bekende toneelstuk van Bolt, ‘A man for all seasons’. Mantel maakte van More een bigotte katholiek, die er genoegen in schepte zijn tegenstanders op de brandstapel te brengen. Dit in de literatuur algemeen onderbelichte aspect van More’s leven als ketterjager heeft in de Engelse kranten een heel debat pro en contra More op gang gebracht (zie bijgevoegd artikel uit de Tablet door Eamon Duffy).

Dit debat is interessant omdat het de aandacht vestigt op de belangrijke overgangsperiode van de vroege 16e eeuw waarin Luther zijn kritiek op het middeleeuws-katholieke stelsel begon te verwoorden (aflaten, sacramenten, e.d.) en zijn hervorming aanhang begon te krijgen in het Engeland van de Tudors. In dienst van koning Hendrik VIII zette Thomas More zich reeds vroeg in om Luther en het beginnende protestantisme in Engeland te bestrijden. More verdedigt in zijn geschriften de katholieke traditie en de eenheid van de christelijke gemeenschap door de tijd heen tegen wat hij ziet als een fundamentele bedreiging van die gemeenschap. Het belangrijkste werk waarin More de lutherse ketterij bestreed is The Dialogue Concerning Heresies (1529). We zullen ons in de lezing vooral richten op dit werk om tot een samenhangend beeld te komen van More’s kritiek op het lutherianisme en zijn visie op de legimiteit van de katholieke traditie en haar religieuze praktijken.


10 november 2017 : Prof. dr. Marcel Sarot

Luther versus Erasmus

Tussen 1510 en 1520 was Erasmus de omstreden maar onbetwistbare exponent van de katholieke hervormingstheologie. Hij was een vertegenwoordiger van de loyale, evangelische gezinde oppositie in de kerk. Erasmus en zijn vrienden belichaamden een tegenkracht tegen de kerk die steeds minder katholiek en steeds meer Romeins was geworden en die gedomineerd werd door de curie.

Toen Maarten Luther opriep tot een radicale hervorming in hoofd en leden, in leer en leven, raakte Erasmus tegen zijn wil betrokken bij dit conflict. Aan de ene kant waren er op tal van punten overeenkomsten met de leer van Luther, an de andere kant was Erasmus niet bereid en niet in staat om zich met Luther te identificeren. Van hem werd gevraagd een keuze te maken en juist dat wilde hij niet. De excommunicatie van Luther door paus Leo X (1520) deed het conflict escaleren. Nog voordat de discussie met Luther gevoerd kon worden binnen de katholieke kerk werd Luther als ketter veroordeeld.


8 december 2017 : Jacob Vroegop

Breekbaarheid van het Goed (Boek van Martha Nussbaum)

De breekbaarheid van het goede (The Fragility of Goodness) stamt uit 1986. Sinsdien is er veel veranderd in mijn denken en in de filosofische wereld in het algemeen. In mijn denken hebben mijn toenemende betrokkenheid bij stoïcijnse ethiek en mijn groeiende belangstelling voor vraagstukken uit de politieke filosofie geleid tot nieuwe inzichten.in een aantal van de hier besproken onderwerpen. Intussen is het onderzoek naar het klassieke Griekse gedachtegoed, dat eens het domein van een handvol vakspecialisten was, steeds meer in het middelpunt van de belangstelling van de Anglo-Amerikaanse continentaal-Europese moraalfilosofie komen te staan. Dit onderzoek is nogal heterogeen en op grond van de Griekse voorbeelden worden uiteenlopende standpunten onderbouwd, met sommige waarvan ik het pertinent oneens ben. Hoewel de tekst in deze uitgave ongewijzigd is, geeft dit voorwoord me de gelegenheid om Fragility aan te vullen met een bespiegeling over deze ontwikkelingen en de invloed daarvan op mijn huidige mening over dit boek. Breekbaarheid onderzocht de rol die de menselijke afhankelijkheid van toeval speelt in het ethische denken van de tragediedichters, Plato en Aristoteles. Hoewel het boek enige aandacht besteedde aan de rol van het toeval bij het tot stand komen van een deugdzaam, goed karakter, richtte het zich voornamelijk op de kloof tussen een goed zijn en erin slagen een goed menselijk leven te leiden, een leven waarin deugdzaam handelen een prominentbestanddeel is.


12  januari 2018 : Prof. dr. Paul van Tongeren

Deugdethiek en Levenskunst

In mijn recent verschenen Leven is een kunst wil ik de lange traditie van de deugdethiek confronteren met een aantal hedendaagse uitdagingen: de moderne wetenschappen die de plaats van de Aristotelische metafysica verdringen, de psychoanalyse, die het pre-moderne vertrouwen in de goede natuur bedreigt, Nietzsches ontmaskering van moraal en religie, de secularisering die ons van de theologale deugden vervreemdt, en ook de zogenoemde filosofie van de levenskunst, een van de meest populaire richtingen in de filosofie van vandaag. Omdat met name die confrontatie in reacties op mijn boek in de media de meeste aandacht krijgt, zal ik daar wat dieper op ingaan.


9  februari 2018 : Dr. René Fransen

Sleutelen aan het begin van het Leven

Wetenschappers zijn er bij muizen al in geslaagd: levend nageslacht maken vanuit huidcellen. Een gewone cel wordt dan omgevormd tot zaadcel of eicel. Deze techniek (invitrogametogenese, of kortweg IVG) is ook bij mensen mogelijk. Dit kan een uitkomst zijn voor onvruchtbare paren voor wie de huidige vruchtbaarheidsbehandelingen niet toereikend zijn. Maar ook voor homostellen komt dan de mogelijkheid in beeld van een genetisch eigen kind. Want hoewel het technisch ingewikkelder is, kun je uit een mannelijke huidcel ook een eicel maken en uit de vrouwelijke huid een zaadcel. Zelfs solo-ouderschap (een zaadcel en eicel uit één lichaam) is denkbaar. Hoe vreemd die toepassingen ook klinken, ze zijn volgens onderzoekers niet ver weg meer. Sommigen spreken van vijf jaar, anderen van tien tot twintig jaar, zegt woordvoerder Eert Schoten van de Gezondheidsraad. ‘Maar het gaat hoe dan ook die kant op.’ Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG), een samenwerkingsorgaan van de Gezondheidsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), publiceerde daarom dinsdag het signalement Geslachtscellen uit het lab. In een brief aan minister Edith Schippers van Volksgezondheid, roepen de  voorzitters van de Gezondheidsraad en de RVS op tot een ethische discussie. Vanwege de snelheid van de ontwikkelingen is er volgens hen ‘alle reden om na te denken over de wenselijkheid en mogelijke gevolgen van IVG’.


9  maart 2018 : Prof. dr. Henk Jochemsen

Biotechnologie: Een ethische en politieke beoordeling

Het utopia van het gave, gezonde, overvloedige leven zou met wetenschap en techniek bereikbaar zijn. Dergelijke beelden en verwachtingen spelen naar onze overtuiging een rol op de achtergrond van de stormachtige ontwikkeling in de genetica van de mens. En het grote probleem met de utopie is dat er uiteindelijk geen plaats zal zijn voor mensen die daarin niet willen of kunnen passen. Dat wil niet zeggen dat die ontwikkeling in zijn geheel afgewezen moet worden. Ze gaat ongetwijfeld gepaard met de ontwikkeling van nuttige kennis en goede medische mogelijkheden. Het betekent wel dat we moeten onderkennen dat het gevaar niet alleen zit in een gebruik van die kennis en mogelijkheden dat algemeen als misbruik wordt bestempeld. Het gevaar zit ook in ontwikkelingen die op het eerste gezicht als grote successen worden gezien, omdat de geest van de utopie zich van die successen kan meester maken. Dit houdt in dat de ontwikkelingen aan een strikt normatief kader onderworpen moeten worden, waarin de bescherming van de mens en de menselijke waardigheid in alle levensfasen onvoorwaardelijk wordt gehandhaafd.


13 april 2018: Otto de Bruijne

Paradoxen van Modernisering (Boek van Hans van der Loo)

De sociaal-wetenschappelijke moderniseringstheorie is een stelsel van lichtboeien dat over de vloed van de geschiedenis wordt uitgezet en het gemakkelijkst in een viertal paradoxen is te vatten. De vier paradoxen van differentiatie, rationalisering, individualisering en domesticering vormen een samenhangend stelsel van concepten waarmee inzichtelijk kan worden gemaakt welke ontwikkeling mens en maatschappij in de loop van de modernisering hebben doorgemaakt. De raster van paradoxen heeft niet alleen betekenis voor de ordening van het verleden maar zeker ook voor het heden en toekomst.


25  mei 2018 : Prof. dr. Govert Buijs

Europa, het christendom en de pijlers van de burgerlijke cultuur

Als we in snelle vogelvlucht de wereldgeschiedenis en alle tot dus ver ontwikkelde culturen voor onze ogen zouden laten passeren, zou al snel opvallen dat er in Europa een merkwaardig afwijkende cultuur is ontstaan, die echter wel de hele wereldgeschiedenis en alle andere culturen diepgaand is gaan beïnvloeden: de westerse cultuur. De historicus Jan Romein sprak in dit verband van een markante ‘afwijking van het Algemeen Menselijk Patroon’. Als we over de uniciteit van Europa spreken, trekken we al snel wat bleek weg en voelen we schaamtegevoelens opkomen – over kruistochten, slavernij, kolonialisme, en zo is nog wel door te gaan. In de volle erkenning van de ontsporingen van Europa, is het daarom toch goed om ook eens de blik te slaan op de positieve kanten van het Europese experiment, de eigen betekenis van deze afwijking van het Algemeen Menselijk Patroon. Wat is het geheim hierachter? Karl Marx verbond deze afwijking met de ‘revolutie van de bourgeoisie’, die wegbrak uit allerlei feodale structuren. Marx plaatst haar oorsprong rond de 12e eeuw. Dat is door Marx deze keer goed gezien. In lijn daarmee kunnen we spreken van de ‘burgerlijke cultuur’, die inderdaad een soort wereldhistorische revolutie belichaamt. Die burgerlijke cultuur is in de kern nog steeds onze cultuur. En de achterliggende mentaliteitsrevolutie is (naar mijn opvatting, niet die van Marx), nauw verbonden met het christendom. De burgerlijke cultuur heeft in onze contreien veel participanten, vrienden zelfs, maar die houden deze vriendschap graag verborgen. Het zou wel eens de historische rol van de christendemocratie kunnen zijn een publieke vriend en verdediger van deze cultuur te zijn (en feitelijk is ze dat ook wel degelijk geweest). Waarom juist de christendemocratie? Omdat de mentaliteit én de vormgeving van de burgerlijke cultuur diepgaand door het christendom is beïnvloed. De christendemocratie begrijpt daarom de burgerlijke cultuur van binnenuit.

 

Programma seizoen 2016-2017

Afgelopen seizoen heeft Renée van Riessen als hoogleraar van de Stichting voor Christelijke Filosofie opnieuw een lezing voor onze studiekring verzorgd. Een van onze leden vroeg haar in de discussie of zij als Christelijk filosoof meer wist dan iemand die de seculiere filosofie als uitgangspunt heeft. Prachtig dat we niet schromen zulke basale vragen te stellen. Dit nieuwe kringseizoen is zelfs gestempeld door een poging om tot een bevredigend antwoord te komen. Daarbij hebben we voor het eerst een jaarthema gekozen: Ontwikkeling in Filosofisch denken. We letten dan naast de Westerse Filosofie speciaal op Christelijke Filosofie en ook op het Joodse denken. Zoals gebruikelijk worden daarbij weer vier thema’s gekozen van elk twee studieavonden.

Op 7 oktober start dr. Rein Bos, oudtestamenticus en predikant in Putten, het seizoen vanuit de basis. Hij gaat na hoe het Joodse denken en de christelijke filosofie in relatie staan tot het Oude Testament. Hierbij zal hij tevens lijnen trekken naar niet-bijbels gefundeerde filosofie. Op de tweede avond zal dr. Bart Wallet een meer historische schets geven van de onderlinge verhouding tussen Joden en orthodoxe protestanten in Nederland.

Het tweede thema is de ontwikkeling van de christelijke filosofie waarbij dr. Klaas van der Zwaag op de derde kringavond het denken van Augustinus bespreekt in relatie tot de Griekse filosofie. Vervolgens behandelt Otto de Bruijne delen uit het boek Denken met het Hart. In dit boek worden onderzocht de historische ontwikkeling en karakteristieke elementen van de gereformeerde traditie, die teruggrijpt op zowel Calvijn als Augustinus. Tevens wordt de systematische vraag gesteld naar de mogelijkheid van een christelijke filosofie.

In de ontwikkelingslijn van de filosofie hebben we vervolgens het thema Verlichting gekozen. Prof. dr. Jan Hoogland zal een lezing verzorgen over deze stroming in de filosofie . De volgende avond geeft Kees Kleingeld een aanzet tot brede discussie over de vraag of de Verlichtingsfilosofie nu positieve of negatieve uitwerking heeft gehad op het christelijk denken.

Bij het laatste thema komen huidige filosofen aan de orde die affiniteit hebben met de christelijke filosofie en het Joodse denken. Allereerst behandelt prof. dr. Sander Griffioen de van Joodse afkomst maar zich niet godsdienstig voelende eminente cultuurfilosoof en literatuurwetenschapper George Steiner. Op de laatste avond van het seizoen komt het denken van de gerenommeerde filosoof Roger Scruton aan de orde die naast de natuurwetenschappelijke benadering ruimte geeft aan een transcendente dimensie. Dr. Peter Blokhuis kiest daarbij voor zijn inleiding het laatste boek van Scruton: Eindeloos verlangen naar het heilige.

We hopen dat met de behandeling van dit jaarthema onze vraagsteller en hopelijk anderen met hem op zijn minst een aanzet tot beantwoording hebben gekregen.


7 oktober 2016 : Dr. R. Bos

Het Oude Testament als basis voor Joods denken en christelijke filosofie

De verhouding tussen theologie en filosofie is ook merkbaar in de geschiedenis van de uitleg van het Oude Testament / Tenach. Aan christelijke kant zijn meerdere pogingen te vinden om het eigene van het Oude Testament te ordenen in een ‘Theologie van het Oude Testament’. Daarvan zijn er vele verschenen in het Duits, Engels en Nederlands. In de uitleg en toepassing van ‘de boeken van Mozes en de profeten’ zijn door de geschiedenis heen filosofische invloeden volop aanwezig – hoewel niet altijd bewust en expliciet. Dergelijke benaderingen zijn er niet of nauwelijks van Joodse zijde. Binnen het Jodendom wordt uiteraard volop nagedacht en gediscussieerd over wat christenen ‘theologische’ vragen en thema’s noemen. Maar het Jodendom kent geen vorm van theologiseren, zoals dat in de academie beoefend wordt door christenen. Er is dus ook nauwelijks zoiets als een ‘Theologie van de Tenach’. Vanuit mijn eigen interesse en expertise wil ik deze avond aandacht besteden aan de filosofische achtergronden van christelijke interpretaties van het Oude Testament. Welke verschuivingen hebben zich in de loop van 2000 jaar christelijke interpretatie van het Oude Testament voorgedaan en welke filosofische invloeden zijn daarin aan te wijzen? Waar ligt het verschil tussen de (theologische) christelijke lezing van het Oude Testament en de Joodse lezing en bestudering van de Tenach? Welke prikkels gaan er uit van de huidige cultuur en het filosofische klimaat voor een hedendaagse lezing en interpretatie van het Oude Testament?


11 november 2016 : Dr. B. Wallet

Canon van 700 jaar Joods Nederland: Een dubbele erfenis

Orthodoxe protestanten in Nederland hebben tegenwoordig een positieve houding naar joden toe. De weg daarnaar toe was echter lang, met naast hoogtepunten ook de nodige dieptepunten. In de aanloop naar het Reformatiejaar 2017 is niet alleen in Duitsland, maar ook in ons land de discussie weer losgebarsten over de anti-joodse geschriften van Luther. De hervormer van Wittenberg schreef aanvankelijk positief over joden, maar raakte in zijn laatste levensjaren teleurgesteld en verbitterd. Vanuit een spoedige verwachting van het einde der tijden wilde hij een bekering van de joden desnoods met gewelddadige maatregelen afdwingen.Het is van belang om het debat over een van de stamvaders van het protestantisme te voeren. Tegelijkertijd kan daardoor het Nederlandse perspectief gemakkelijk buiten beeld raken. Hoe zit het eigenlijk met anti-joods denken en handelen in de geschiedenis van Nederlandse protestanten? Klop t het in schoolboeken en media wijdverbreide beeld van een tolerant, protestants Nederland eigenlijk wel? Hoe werd en wordt in de kring van de ”gereformeerde gezindte” gedacht over het joodse volk?


9 december 2016 : Dr. K. van der Zwaag

Aurelius Augustinus (396 -430): Zijn denken en de Griekse filosofie

Het leven van Augustinus valt globaal gesproken in twee perioden uit­een.

De eerste periode omvat de tijd vanaf zijn geboorte (13 november 354) tot aan zijn bisschopswijding in 396. Over de chronologie van deze periode zijn wij goed geïnformeerd, omdat Augustinus die zelf heeft beschreven in zijn Confessiones.

De tweede periode omvat de jaren vanaf zijn bisschopswijding tot aan zijn dood (28 augustus 430). De gebeurtenissen in deze jaren zijn moeilijker chronologisch in te delen. Daarom worden de feiten uit deze jaren meestal geordend naar de taken die aan Augustinus als bis­schop waren toevertrouwd, en naar zijn verwikkelingen met de belang­rijkste geestelijke stromingen waarmee hij in deze periode te maken had.


13 januari 2017 : Otto de Bruijne

Gereformeerde denkers en filosofie: een contradictie?
N.a.v. “Denken met het hart” van Bas Hengstmengel

Het calvinisme en de filosofie lijken geen gelukkige combinatie. Toch bestaat er een respectabele school van filosoferen in de gereformeerde traditie, die teruggrijpt op zowel Calvijn als Augustinus. Twee vooraanstaande denkers in deze traditie zijn Herman Dooyeweerd en Alvin Plantinga.

Dit boek onderzoekt de historische ontwikkeling en karakteristieke elementen van de gereformeerde traditie in de filosofie en schetst het denken van haar belangrijkste vertegenwoordigers. Ook wordt de systematische vraag gesteld naar de mogelijkheid van een christelijke filosofie.

Bas Hengstmengel is filosoof, jurist en psycholoog en verbonden aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


10 februari 2017 : Prof. dr. J. Hoogland

Vrede met de rede
Wat is Verlichting?

Deze term wordt te pas en te onpas gebruikt. Maar wat verstaan wij daar eigenlijk onder? Verschillende auteurs geven verschillende definities. Bovendien laten zij de Verlichting in zeer verschillende tijden beginnen. Behoort Descartes tot de Verlichting of laten wij het rationalisme aan de Verlichting vooraf gaan en scheiden wij deze twee? Renaissance – Reformatie – Verlichting .Zo wordt nogal eens in het kort de ontwikkeling voorgesteld die het westerse denken heeft doorgemaakt. De islam wordt dan verweten dat zij iets van dien aard heeft gemist. Daarom is zij nog zo middeleeuws. De vraag is dan: heeft het christendom die ontwikkeling wel meegemaakt? Heeft dit ervan geleerd of het de Verlichting categorisch afgewezen? Daar zouden argumenten voor geven zijn. De Verlichting wordt immers veelal voorgesteld als een emancipatie van de mensheid. In het christendom heeft het geloof het primaat. En Kant daarentegen zei: Habe Mut, dich deines eigens Verstandes zu bedienen. Met andere woorden: van geloof naar rede, van de mythe naar de wetenschap. Het woord Verlichting verwijst naar een metafoor: het licht dat van de zon uitgaat verdrijft de nevel van de onwetendheid. Is dit terecht?


10 maart 2017 : Kees Kleingeld

Is de Verlichting een beperking of een versterking voor christelijke filosofie?

Zaten er aan de Verlichting aspecten waarmee het Christendom zijn voordeel kon (of zelfs moest) doen ene heeft het dat gedaan? Met andere woorden kunnen wij van Christendom en Verlichting een verlies- en winstrekening maken? Ik verwacht dat deze avond over dit onderwerp geen al te lange inleiding zal krijgen. Het zal er vooral een van discussie worden.

Het zal stof bieden tot verder nadenken.


7 april 2017 : Prof. dr. S. Griffioen

George Steiner (1929) Op de bres voor de westerse cultuur?

George Steiner (Parijs, 23 april 1929) is een Frans-Amerikaans schrijver, literatuurwetenschapper en cultuurfilosoof. De ouders van George Steiner waren Oostenrijkse Joden, die zich in 1924 vestigden in Parijs. In 1940 vluchtte de familie voor het opkomend nationaalsocialisme naar New York. Zijn middelbare schoolopleiding volgde hij aan het Franse lycée in Manhattan, zijn academische studie aan de universiteiten van Chicago, aan Harvard en Oxford. Na de Tweede Wereldoorlog bekleedde hij leerstoelen in vergelijkende literatuurwetenschap aan universiteiten in Genève en Oxford. George Steiner is vooral bekend als intellectueel , criticus en essayist. Hij schrijft regelmatig kritieken en artikelen voor kranten en tijdschriften zoals New Yorker, The Times en The Guardian. Hij bestrijkt een breed spectrum. Van Heidegger tot Tolstoj en van het gebrek aan ideologische bevlogenheid bij de jeugd tot het mislukken van de Europese eenheid, maar uit al zijn werk spreekt een grote liefde voor de taal.(bron: Wikipedia)

Mijn voordracht zal beginnen met Het verbroken contract. Van daaruit gaan we naar de beschouwing over de Ennui. Dan komt Steiners visie op de verhouding van cultuur en religie. In het slotgedeelte hoop ik mijn kijk op cultuur te geven. Uiteraard moet ik/moeten we een antwoord vinden op zijn kritiek op het christelijke geloof.


12 mei 2017 Dr. P. Blokhuis

Roger Scruton (1944): Eindeloos verlangen naar het heilige

Roger Vernon Scruton (Manchester, 27 februari 1944) is een Brits conservatief filosoof en schrijver.Na een academische loopbaan in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten van Amerika trok hij zich terug op het Engelse platteland.Hij schreef een dertigtal boeken over filosofie, kunst, cultuur en politiek. Daarnaast publiceerde hij ook talloze artikels in allerlei tijdschriften.(bron: Wikipedia)

In 2015 verscheen de Nederlandse vertaling van een nieuw boek van deze schrijver met de prikkelende titel “Eindeloos verlangen naar het heilige”. Scruton is in Nederland niet onbekend. Een aantal van zijn boeken is vertaald en in het blad Nexus zijn verschillende van zijn artikelen in vertaling gepubliceerd. Scroton heeft boeken en artikelen geschreven waarin hij zich cultuurkritisch opstelt. Deze opstelling blijkt ook uit de titel van het boek dat ik wil bespreken: Wie over het heilige schrijft, lijkt niet bij de tijd te zijn en heimwee naar het verleden te hebben.

 

Programma seizoen 2015-2016

Als je googelt op de begrippen “Geest en Ziel “ hangt het heel sterk van de denkrichting af hoe de omschrijvingen gegeven worden en hoe sterk het onderscheid wordt gedefinieerd. Sommigen zoals de Franse schrijver Joubert maakt met zijn ondoorzichtige spreuk zelfs een bepaalde verbinding tussen de twee begrippen: “Het schijnt dat voor zekere voortbrengselen van de geest, de winter van het lichaam de herfst van de ziel is”. In twee van de vier thema’s komen dit seizoen de begrippen aan de orde.

In het eerste thema stelt  prof. dr. ir. J.H. van Bemmel de vraag naar de geest in verband met de materie. Als er meer is dan ‘just matter’ dan is de werkelijkheid fundamenteel anders van aard. Op de tweede kringavond sluit Bas den Boer met de bespreking van het boek ‘Geest en Kosmos’ van Thomas Nagel direct bij genoemd thema aan.

Als tweede thema hebben we politieke filosofie gekozen. Dr. B.J. Spruyt behandelt het denken van de politiek filosoof Alexis de Tocqueville. Het doel van deze denker was:  De democratie te onderrichten, haar staatsbestel aanpassen aan tijd en plaats en wijzigen naargelang  de omstandigheden en de mensen.  Op de volgende avond bespreekt Evert de Graaf een andere politiek filosoof: Thomas Paine. Deze denker heeft een grote bijdrage geleverd aan zowel de Amerikaanse als aan de Franse Revolutie. De actualiteit van Paine komt sterk tot uiting in zijn zeer vooruitstrevende ideeën over sociale rechtvaardigheid.

Het voorlaatste thema is gestempeld door het denken van de beroemde filosoof Baruch de Spinoza. Prof. dr. R.H. Reeling Brouwers behandelt op de eerste avond de spanning tussen het denken van Spinoza en de gereformeerde theologie. Op de volgende avond zal Jacob Westland het standaardwerk van Henri Krop bespreken met als titel ‘Spinoza, een paradoxale icoon van Nederland’

En dan ‘de ziel’ als laatste thema. Eerst zal de psychiater en theoloog drs. P.J. Verhagen de boeken bespreken van Bert Keizer  ‘Waar blijft de ziel’ en van Van Peursen  ‘Gedachten over lichaam, geest en ziel’. Op de laatste kringavond komt prof. dr. mevr. R.D.N. van Riessen ons college geven onder de titel ‘Opnieuw denken over de ziel, hoe zou dat moeten?’. In het bijgevoegde interview ligt ze een tipje van de sluier op als ze opmerkt dat de ziel een verhouding is die we ontwikkelen gedurende ons leven tot onszelf.

We hopen met de behandeling van deze vier thema’s een verdieping te bereiken in het denken over ons zelf over de samenleving en over een theologische werkelijkheid.


9 oktober 2015 :  Prof. dr. ir. J.H. van Bemmel

Reflecties op Wetenschap, Filosofie en Religie

De moderne wetenschap gaat ervan uit dat er buiten de materie niets bestaat. Alles kan daartoe worden gereduceerd. Op den duur zal er een Theorie of Everything komen. Als er echter meer bestaat dan ‘just matter’ dan is de werkelijkheid fundamenteel anders van aard. Dat heeft gevolgen voor onze ideeën over intelligentie en bewutszijn, en leven en informatie, zoals bijvoorbeeld vervat in het DNA. Uit het boekje Where were you? Worden gedeelten besproken.


6 november 2015:   Bas den Boer

Geest en Kosmos (Boek van Thomas Nagel)

In zijn nieuwste, al druk bediscussieerde boek tilt de 75-jarige Nagel zijn strijd voor de uniekheid van bewuste ervaringen naar een kosmisch niveau. Hij valt de wetenschap aan waarin een geldige verklaring slechts uit fysieke feiten mag bestaan. Nagel vindt dat bewustzijn - of het leven zelf – nooit begrijpelijk zal zijn op basis van alleen materie. Nagel wordt al uitgemaakt voor een lakei van de creationisten, maar dat is onzin. Hij is een slimme man die moedig ingaat tegen een dominant wereldbeeld. Het is verfrissend te lezen welke argumenten hij daarbij inzet.


11 december 2015:  Dr. B.J. Spruyt

Alexis de Tocqueville (1805-1859), Frans aristocraat en politiek filosoof

Een moderne denker die in deze tijd ons nog veel te zeggen heeft. Hij stond ervoor om: de democratie onderrichten, waar mogelijk haar overtuigingen nieuw leven inblazen, haar zeden zuiveren, haar bewegingen regelen, haar gebrek aan ervaring geleidelijk vervangen door kennis van publieke zaken, haar blinde instincten door kennis van haar ware belangen, haar staatsbestel aanpassen aan tijd en plaats, het wijzigen al naar gelang de omstandigheden en de mensen: dat is de eerste plicht die is opgelegd aan hen die de samenleving leiden.


15 januari 2016: Evert de Graaf

Thomas Paine (1737-1809), Engels-Amerikaans politiek filosoof

Thomas Paine was een activist en revolutionair die steeds op de bres heeft gestaan voor de rechten van de mens op politiek en sociaal terrein. Hij voelde haarfijn aan dat een nieuwe tijd was aangebroken. De nieuwe rechten van de mens hadden de oude, feodale rechten naar het tweede plan gemanoeuvreerd. Paine had zeer vooruitstrevende ideeën over sociale rechtvaardigheid. Met zijn plan voor een sociale verzekering, met name een ouderdomspensioen, was hij zijn tijd ver vooruit en is hij nog steeds actueel. Hij hechtte ook aan progressieve inkomstenbelasting, aan verplicht onderwijs, landhervorming en een Volkerenbond, die oorlog moest uitbannen. Verder was hij een verklaard tegenstander van de slavernij en botste daarmee met George Washington. De slavernij werd in Amerika uiteindelijk door president Abraham Lincoln in 1863 afgeschaft.

Paine schreef in 1795;

‘Hij die zijn eigen vrijheid zeker zou willen stellen, moet zelfs zijn vijand tegen onderdrukking beschermen. Want als hij deze plicht schendt, schept hij een precedent dat op hem zelf zal terugslaan’


12 februari 2016: Prof. dr. RH. Reeling Brouwer

Baruch de Spinoza (1632-1677) en de gereformeerde theologie

Vaak is het beeld gekoesterd van Spinoza als eenzaam denker, buiten alle hoofdstromen van zijn tijd, die met kleine kring getrouwen ( en zelfs voor hen niet geheel) een systeem ontwikkelde dat pas veel later, nl. aan het eind van de 18e eeuw in Duitsland, op waarde werd geschat. Door het werk van Jon. Israël is dit beeld geheel verlegd. Spinoza blijkt zeer werkzaam te zijn geweest juist voor de generaties meteen na zijn dood in 1677, zowel in zijn positieve invloed (‘radical Enlightment’, radicaler nl. dan die van de Engelse deïsten) als door de vele bestrijders die hij vond. Vanuit de gereformeerde kerk – de ‘bevoorrechte kerk’ in de republiek- was er al bestrijding meteen bij het uitkomen van de Tractatus theologico politicus in 1670; toen kort erna Willem III aan het bewind kwam werden er effectieve klachten ingediend via de classes. De spinozisten vormden een dankbaar object voor bestrijding door theologen – hadden ze weer eens een nieuwe vijand dan de al eeuwen bekende ketters.


11 maart 2016: Jacob Westland

Spinoza, een paradoxale icoon van Nederland (Boek van Henri Krop)

Om de invloed van Spinoza op de Verlichting zichtbaar te maken gebruikt de historicus Israël het woord spinozist en rekent iedere denker die zich intensief met Spinoza heeft beziggehouden tot het spinozisme. Het onderzoek in dit boek van Krop bevestigt voor een belangrijk gedeelte deze conclusies. Sinds de dood van de wijsgeer in 1677 is er een ononderbroken stroom van Nederlanders geweest bij wie de Ethica naast, of misschien wel in plaats van de Bijbel op het nachtkastje lag. Elke tijd werd echter door andere aspecten van Spinoza’s werk gefascineerd en iedere tijd schiep zijn eigen beeld van de wijsgeer. Om te schetsen hoe Spinoza een icoon van Nederland is geweest en waarom men nadere accenten legde, zal ik me soms enkele uitstapjes op het gebied van wetenschap, wijsbegeerte en algemene cultuur veroorloven. Het is al met al een merkwaardige list van de geschiedenis dat de ‘joodse allochtoon’ Spinoza, die met zijn hang naar een abstracte metafysica en een compromisloos speculatief denken, haaks staat op het gebruikelijke Nederlandse zelfbeeld van redelijkheid en gezond verstand, hier al zolang een icoon is.


8 april 2016:  drs. P.J. Verhagen

Gedachten over lichaam, geest en ziel (n.a.v. boeken van Van Peursen en Keizer)

Van Peursen zegt in zijn bijdrage dat de tekeningen van lichaam, ziel en geest in de Bijbel niet beogen een wijsgerig mensbeeld te leveren. Het gaat om de verkondiging van verlossing en heil voor de mens en van daaruit wordt de mens geschetst in de richting waarin hij zich oriënteert. Deze oriëntatie is dan niet iets bijkomstigs maar centraal: de mens wordt er een ander wezen door. Zo gaat het dan om de eenheid van de totale mens welke zich vanuit het vergankelijke of door God laat richten.

Keizer start zijn bijdrage met de Penfield-procedure, vernoemd naar de Canadese neurochirurg Wilder Penfield(1891-1976). De neurochirurg legt de gebruikelijke weg af naar het brein: luikje uit de schedel zagen, de verschillende hersenvliezen klieven en opzij leggen, totdat het naakte brein in de opening ligt. Maar als hij vervolgens wil overgaan tot het verwijderen van hersenweefsel, is er maar één mogelijkheid om na te gaan wat de gevolgen daarvan zijn: de patiënt wakker maken en het te verwijderen weefsel even verdoven om te zien wat er dan aan functie verloren gaat. De neuropsycholoog liet haar een aantal plaatjes zien waarop ze aanvankelijk heel traag en schuchter reageert, om geleidelijk aan snelheid en duidelijkheid te winnen. Het leek me toch wel link om alleen op grond van die plaatjes hersenweefsel te kwalificeren. Het onzegbaar vreemde van de Penfield-procedure is dat je het idee hebt ineens pal boven de brein-geest relatie te staan. Dick Swaab kwam naar zijn zeggen wel degelijk tot een eindoordeel: “Wij zijn ons brein”. In deze op het oog eenvoudige mededeling ligt een hele wereld vol verwarring, misverstand en onwetendheid besloten. Dit essay is onder andere geschreven om de lezer een verfrissende blik te bieden op die verwarring, waarbij ik niet de pretentie heb om het geest-lichaam-probleem te kunnen oplossen.


20 mei 2016:  Prof. dr. mevr. R.D.N. van Riessen

Opnieuw denken over de ziel. Hoe zou dat moeten?

Zweverig of niet: de ziel is uiteindelijk niet iets dat zich laat vangen in hersenscans of strakke rationele definities, maar dat wil niet zeggen dat de ziel daarom niets is. ”Tussen bestaan van de ziel als iets en haar bestaan als niets ligt een niemandsland dat tot nog toe onontgonnen is” zo schrijft Van Riessen in haar essay De ziel opnieuw. Maar door haar geliefde denkers als Socrates, Kierkegaard, Wittgenstein en Levinas leert zij het begrip begrijpen als een verhouding tot onszelf.

 

Programma seizoen 2014-2015

 

In februari, maart begint doorgaans ons voorwerk voor het nieuwe filosofieseizoen. Als onderwerpen of inleiders zich aandienen proberen we de belangstelling van de kring daarvoor in te schatten. Verder trachten we in onze keuze ook de verschillende filosofische deelterreinen evenwichtig aan de orde laten komen. Zo hebben we dit seizoen onze vier thema’s geselecteerd uit techniekfilosofie, antropologie, existentialistische filosofie en de filosofie van de economie.

We starten op 10 oktober met een inleiding van techniekfilosoof prof. dr. Marc J. de Vries. Ter oriëntatie heeft hij in de syllabus een hoofdstuk van zijn boek Techniek, overal om ons heen laten opnemen. Maar ter voorbereiding is het ook goed om de bijdrage voor de tweede studie-avond vast door te nemen . Evert Schimmel heeft als volgende spreker een recent in Radix gepubliceerd informatief artikel van prof. Schuurman laten afdrukken naast zijn eigen samenvatting van het boek Denken, ontwerpen en maken.

Ons tweede thema zou je als Franse denkers kunnen typeren. Op 12 december wil dr. Theo L. Hettema een inleiding houden over Paul Ricoeur. In de syllabus schrijft Hettema: “Wie Ricoeur leest maakt kennis met de fenomenologie, het existentialisme, de analytische filosofie, de hermeneutiek, het personalisme, de handelingstheorie, de ethiek en de geschiedfilosofie”. We hebben dit thema echter onder antropologie gerangschikt temeer daar Hettema verder schrijft: “Men zou kunnen zeggen dat het levenslange programma van Ricoeur is geweest de vraag naar de mens”. Nico van der Zee behandelt op de volgende bijeenkomst de filosoof René Girard. Deze antropoloog en literatuurwetenschapper is vooral bekend door zijn theorie over de nabootsing en het zondebokmechanisme. We zien met belangstelling uit naar de presentatie van het gedachtegoed van deze Franse denkers.

Hoewel vorig jaar de 200e geboortedag van Kierkegaard is herdacht leek het ons een jaar later nog zeer de moeite waard om kennis te nemen van zijn manier van filosoferen. Rob Compaijen M.A. (promovendus filosofie) en Hans van Fenema hebben een taakverdeling afgesproken in de behandeling van deze denker. Het is overigens aan te raden om beide bijdragen in de syllabus voor beide lezingen door te nemen.

En dan alweer het laatste thema. Prof. dr. J.J. Graafland bespreekt op 29 mei, de laatste studie-avond, het boek van Tomás Sedlácek De economie van goed en kwaad. Hieraan voorafgaand zal Bart Wallet de niet onomstreden filosofe Ayn Rand behandelen. Verschillende leidinggevenden zoals Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de FED, zijn door haar werk geïnspireerd. Anderen zoals de filosoof Hans Achterhuis zijn zeer kritisch over haar filosofie. Zoals uit de syllabus blijkt is van haar filosofische ideeënroman The Fountainhead zelfs een theaterbewerking gemaakt.

We menen hiermee een veelkleurig filosofisch palet aangeboden te hebben. Hoewel de dingen hun geheim hebben en houden zal de onderzoeker hopelijk steeds nieuwe reden vinden tot verwondering en bewondering van de veelkleurige wijsheid van de goddelijke Maker.


10 oktober 2014: Prof. dr. M. J. de Vries

Techniek als beeldvormer en als uitbreiding van het menselijk lichaam

Een van de belangrijkste dingen die techniek met ons doet, is ons een beeld vormen van de werkelijkheid. Veel dingen zien we zonder tussenkomst van de techniek. Als we op straat lopen en we kijken om ons heen, zien we de werkelijkheid rechtstreeks. Niet dat dat altijd garandeert dat we de dingen zien zoals ze zijn. We kennen allemaal wel de aardige voorbeelden van gezichtsbedrog, waardoor rechte lijnen krom lijken te lopen of er kleuren zichtbaar lijken te zijn in een tekening die toch echt helemaal uit zwart-wit lijnen bestaat. Hoe dan ook zorgt de techniek ervoor dat we de werkelijkheid steeds op een bepaalde manier zien. Die manier is zelden neutraal. Techniek is met recht een beeld-vormer. Maar wat voor beeld spiegelt de techniek ons voor?


7 november 2014: Evert Schimmel

“Denken ,ontwerpen en maken”

Inleiding in de techniekfilosofie

Het boek bestaat uit drie delen. Deel één heet Denken en Maken. Dat gaat o.a. over het begrippenkader van en voor de techniekfilosofie en over de drie functies van techniekfilosofie (een analytische, een kritische en een richtinggevende functie). Verder is er in dit deel aandacht voor de zin van ontsluiting van cultuurgebieden door techniek. In de manier waarop we vormgeven aan onze werkelijkheid spelen wereldbeschouwing over wat goed is, over oorsprong, samenhang en bestemming van de werkelijkheid een rol.

Het tweede deel heet Maken en Ontwerpen. Daarin wordt gesproken over de wereld van de ingenieur, de voorwaarden die hem zijn gesteld en de keuzes die hij moet maken. Daarbij gaat het over de vele aspecten van techniek. Dat wordt besproken op basis van de analyses van Dooyeweerd en Van Vollenhove. Het gaat daarbij over de funderende, de kwalificerende en de werkingsfuncties van dingen, zowel uit de natuur als door mensen gemaakt. In een aantal hoofdstukken komt dan o.a. het artefact zelf aan de orde,aspecten en functies, de verschillende soorten van technische kennis, de bestudering van ontwerp en productiemethodes.

Op de tweede studieavond over techniekfilosofie willen we vooral nadenken over het laatste deel van het boek: Ontwerpen en Denken.


12 december 2014:  Dr. Theo L. Hettema

Paul Ricoeur (1913 – 2005)

De filosofie van de menselijke maat

Als er iemand is geweest die ons de instrumenten heeft aangereikt om volhardend en zorgvuldig te vragen naar de mens na het failliet van de menselijkheid, dan is het wel Ricoeur geweest. Dat is een kostbare erfenis voor de eenentwintigste eeuw.


9 januari 2015: Nico van der Zee

René Girard (1923)

De mimetische theorie

Na zijn ontdekking van de mimetische - nabootsende – begeerte , is het zondebokmechanisme de volgende ontdekking die Girard doet in zijn onderzoek naar de menselijke natuur. Hij bestrijdt het cultuurrelativisme, de gedachte dat de mens bepaald wordt door de cultuur waar hij in zit, en dat mensen in verschillende culturen zich daarom ook niet kunnen beroepen op dedelfde maatstaven voor goed en kwaad. Girard laat juist zien wat universeel is. Zijn werkterrein verlegt hij hiertoe. Van literatuur naar antropologie en van antropologie naar de Bijbel.


13 februari 2015:  Rob Compaijen M.A.(Promovendus wijsbegeerte Universiteit Antwerpen)

Kierkegaards auteurschap (1813 – 1855)

De vraag die centraal staat in Kierkegaards werken is “Wat betekent het om mens te zijn” In de moderniteit treffen we volgens Kierkegaard in plaats van mensen overal abstracties aan. Als voorbeeld zegt hij onder het pseudoniem Climacus dat een mens alles over de dood te weten kan komen van doodsoorzaken tot levensverwachting in het algemeen, maar wat dat voor hemzelf betekent op het moment van sterven is daaruit niet af te leiden. Hoe kan een mens bij zijn of haar subjectiviteit bepaald worden als dat niet kan door een een objectief antwoord. Kierkegaard ziet hiervoor in de benadering van Socrates zijn filosofische voorbeeld.


13 maart 2015:  Hans van Fenema

Kierkegaard (1813 – 1855)

Jezelf worden

Søren Aabye Kierkegaard werd geboren in 1813. Hij is bij uitstek een filosoof die ervoor pleit om ‘het denken’ niet los te zien van ’de denker’. Dat Kierkegaard niet in elk overzicht van de filosofiegeschiedenis een prominente plaats inneemt, heeft hij grotendeels aan zichzelf te danken. In plaats van een helder opgebouwd oeuvre heeft hij een veelheid van (deels onder pseudoniemen verschenen) boeken en (dagboek)notities nagelaten. Die samenhang is niet zomaar onder één noemer te vatten. Het is 2 oktober 1855 als Søren Kierkegaard op straat in elkaar zakt, 11 november overlijdt hij.


10 april 2015: Bart Wallet

Ayn Rand (1905 – 1982)

Strijd tussen individu en collectief

Ayn Rand (Sint-Petersburg, 2 februari 1905 – New York, 6 maart 1982) was een Amerikaans romanschrijfster en filosofe. Zij is de grondlegger van de filosofische stroming van het objectivisme. Hoewel ze in Rusland werd geboren en in 1926 naar de VS kwam, heeft ze de theorieën van Aristoteles weer doen herleven, maar sloot haar eigen theorieën daarbij in (zoals haar bewondering voor het kapitalisme). Ze heeft de meeste bekendheid gekregen met haar romans The Fountainhead en Atlas Shrugged. Laatstgenoemd boek is haar 'magnum opus' en werd in een onderzoek van Time Magazine door Amerikaanse lezers, na de bijbel, als belangrijkste boek van de twintigste eeuw betiteld.


29 mei 2015: Prof. dr. J.J. Graafland

Tomás Sedlácek (1977)

De ecomomie van goed en kwaad In 'De economie van goed en kwaad' bekijkt Sedlácek zijn vakgebied door een volstrekt nieuwe bril en daagt hij ons uit tot een volstrekt nieuwe kijk op de wereld. De economie is een wetenschap, een waardevrij wiskundig onderzoek, wordt vaak beweerd. Maar voor Sedlácek is de economie iets van onze cultuur, een product van onze beschaving. ‘Zelfs het meest doorwrochte wiskundige model,’ zegt hij, ‘is op de keper beschouwd een verhaal, een parabel, onze poging om de wereld waarin wij leven op een rationele manier te doorgronden.’

 
Meer artikelen...