Programma seizoen 2014-2015

 

In februari, maart begint doorgaans ons voorwerk voor het nieuwe filosofieseizoen. Als onderwerpen of inleiders zich aandienen proberen we de belangstelling van de kring daarvoor in te schatten. Verder trachten we in onze keuze ook de verschillende filosofische deelterreinen evenwichtig aan de orde laten komen. Zo hebben we dit seizoen onze vier thema’s geselecteerd uit techniekfilosofie, antropologie, existentialistische filosofie en de filosofie van de economie.

We starten op 10 oktober met een inleiding van techniekfilosoof prof. dr. Marc J. de Vries. Ter oriëntatie heeft hij in de syllabus een hoofdstuk van zijn boek Techniek, overal om ons heen laten opnemen. Maar ter voorbereiding is het ook goed om de bijdrage voor de tweede studie-avond vast door te nemen . Evert Schimmel heeft als volgende spreker een recent in Radix gepubliceerd informatief artikel van prof. Schuurman laten afdrukken naast zijn eigen samenvatting van het boek Denken, ontwerpen en maken.

Ons tweede thema zou je als Franse denkers kunnen typeren. Op 12 december wil dr. Theo L. Hettema een inleiding houden over Paul Ricoeur. In de syllabus schrijft Hettema: “Wie Ricoeur leest maakt kennis met de fenomenologie, het existentialisme, de analytische filosofie, de hermeneutiek, het personalisme, de handelingstheorie, de ethiek en de geschiedfilosofie”. We hebben dit thema echter onder antropologie gerangschikt temeer daar Hettema verder schrijft: “Men zou kunnen zeggen dat het levenslange programma van Ricoeur is geweest de vraag naar de mens”. Nico van der Zee behandelt op de volgende bijeenkomst de filosoof René Girard. Deze antropoloog en literatuurwetenschapper is vooral bekend door zijn theorie over de nabootsing en het zondebokmechanisme. We zien met belangstelling uit naar de presentatie van het gedachtegoed van deze Franse denkers.

Hoewel vorig jaar de 200e geboortedag van Kierkegaard is herdacht leek het ons een jaar later nog zeer de moeite waard om kennis te nemen van zijn manier van filosoferen. Rob Compaijen M.A. (promovendus filosofie) en Hans van Fenema hebben een taakverdeling afgesproken in de behandeling van deze denker. Het is overigens aan te raden om beide bijdragen in de syllabus voor beide lezingen door te nemen.

En dan alweer het laatste thema. Prof. dr. J.J. Graafland bespreekt op 29 mei, de laatste studie-avond, het boek van Tomás Sedlácek De economie van goed en kwaad. Hieraan voorafgaand zal Bart Wallet de niet onomstreden filosofe Ayn Rand behandelen. Verschillende leidinggevenden zoals Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de FED, zijn door haar werk geïnspireerd. Anderen zoals de filosoof Hans Achterhuis zijn zeer kritisch over haar filosofie. Zoals uit de syllabus blijkt is van haar filosofische ideeënroman The Fountainhead zelfs een theaterbewerking gemaakt.

We menen hiermee een veelkleurig filosofisch palet aangeboden te hebben. Hoewel de dingen hun geheim hebben en houden zal de onderzoeker hopelijk steeds nieuwe reden vinden tot verwondering en bewondering van de veelkleurige wijsheid van de goddelijke Maker.


10 oktober 2014: Prof. dr. M. J. de Vries

Techniek als beeldvormer en als uitbreiding van het menselijk lichaam

Een van de belangrijkste dingen die techniek met ons doet, is ons een beeld vormen van de werkelijkheid. Veel dingen zien we zonder tussenkomst van de techniek. Als we op straat lopen en we kijken om ons heen, zien we de werkelijkheid rechtstreeks. Niet dat dat altijd garandeert dat we de dingen zien zoals ze zijn. We kennen allemaal wel de aardige voorbeelden van gezichtsbedrog, waardoor rechte lijnen krom lijken te lopen of er kleuren zichtbaar lijken te zijn in een tekening die toch echt helemaal uit zwart-wit lijnen bestaat. Hoe dan ook zorgt de techniek ervoor dat we de werkelijkheid steeds op een bepaalde manier zien. Die manier is zelden neutraal. Techniek is met recht een beeld-vormer. Maar wat voor beeld spiegelt de techniek ons voor?


7 november 2014: Evert Schimmel

“Denken ,ontwerpen en maken”

Inleiding in de techniekfilosofie

Het boek bestaat uit drie delen. Deel één heet Denken en Maken. Dat gaat o.a. over het begrippenkader van en voor de techniekfilosofie en over de drie functies van techniekfilosofie (een analytische, een kritische en een richtinggevende functie). Verder is er in dit deel aandacht voor de zin van ontsluiting van cultuurgebieden door techniek. In de manier waarop we vormgeven aan onze werkelijkheid spelen wereldbeschouwing over wat goed is, over oorsprong, samenhang en bestemming van de werkelijkheid een rol.

Het tweede deel heet Maken en Ontwerpen. Daarin wordt gesproken over de wereld van de ingenieur, de voorwaarden die hem zijn gesteld en de keuzes die hij moet maken. Daarbij gaat het over de vele aspecten van techniek. Dat wordt besproken op basis van de analyses van Dooyeweerd en Van Vollenhove. Het gaat daarbij over de funderende, de kwalificerende en de werkingsfuncties van dingen, zowel uit de natuur als door mensen gemaakt. In een aantal hoofdstukken komt dan o.a. het artefact zelf aan de orde,aspecten en functies, de verschillende soorten van technische kennis, de bestudering van ontwerp en productiemethodes.

Op de tweede studieavond over techniekfilosofie willen we vooral nadenken over het laatste deel van het boek: Ontwerpen en Denken.


12 december 2014:  Dr. Theo L. Hettema

Paul Ricoeur (1913 – 2005)

De filosofie van de menselijke maat

Als er iemand is geweest die ons de instrumenten heeft aangereikt om volhardend en zorgvuldig te vragen naar de mens na het failliet van de menselijkheid, dan is het wel Ricoeur geweest. Dat is een kostbare erfenis voor de eenentwintigste eeuw.


9 januari 2015: Nico van der Zee

René Girard (1923)

De mimetische theorie

Na zijn ontdekking van de mimetische - nabootsende – begeerte , is het zondebokmechanisme de volgende ontdekking die Girard doet in zijn onderzoek naar de menselijke natuur. Hij bestrijdt het cultuurrelativisme, de gedachte dat de mens bepaald wordt door de cultuur waar hij in zit, en dat mensen in verschillende culturen zich daarom ook niet kunnen beroepen op dedelfde maatstaven voor goed en kwaad. Girard laat juist zien wat universeel is. Zijn werkterrein verlegt hij hiertoe. Van literatuur naar antropologie en van antropologie naar de Bijbel.


13 februari 2015:  Rob Compaijen M.A.(Promovendus wijsbegeerte Universiteit Antwerpen)

Kierkegaards auteurschap (1813 – 1855)

De vraag die centraal staat in Kierkegaards werken is “Wat betekent het om mens te zijn” In de moderniteit treffen we volgens Kierkegaard in plaats van mensen overal abstracties aan. Als voorbeeld zegt hij onder het pseudoniem Climacus dat een mens alles over de dood te weten kan komen van doodsoorzaken tot levensverwachting in het algemeen, maar wat dat voor hemzelf betekent op het moment van sterven is daaruit niet af te leiden. Hoe kan een mens bij zijn of haar subjectiviteit bepaald worden als dat niet kan door een een objectief antwoord. Kierkegaard ziet hiervoor in de benadering van Socrates zijn filosofische voorbeeld.


13 maart 2015:  Hans van Fenema

Kierkegaard (1813 – 1855)

Jezelf worden

Søren Aabye Kierkegaard werd geboren in 1813. Hij is bij uitstek een filosoof die ervoor pleit om ‘het denken’ niet los te zien van ’de denker’. Dat Kierkegaard niet in elk overzicht van de filosofiegeschiedenis een prominente plaats inneemt, heeft hij grotendeels aan zichzelf te danken. In plaats van een helder opgebouwd oeuvre heeft hij een veelheid van (deels onder pseudoniemen verschenen) boeken en (dagboek)notities nagelaten. Die samenhang is niet zomaar onder één noemer te vatten. Het is 2 oktober 1855 als Søren Kierkegaard op straat in elkaar zakt, 11 november overlijdt hij.


10 april 2015: Bart Wallet

Ayn Rand (1905 – 1982)

Strijd tussen individu en collectief

Ayn Rand (Sint-Petersburg, 2 februari 1905 – New York, 6 maart 1982) was een Amerikaans romanschrijfster en filosofe. Zij is de grondlegger van de filosofische stroming van het objectivisme. Hoewel ze in Rusland werd geboren en in 1926 naar de VS kwam, heeft ze de theorieën van Aristoteles weer doen herleven, maar sloot haar eigen theorieën daarbij in (zoals haar bewondering voor het kapitalisme). Ze heeft de meeste bekendheid gekregen met haar romans The Fountainhead en Atlas Shrugged. Laatstgenoemd boek is haar 'magnum opus' en werd in een onderzoek van Time Magazine door Amerikaanse lezers, na de bijbel, als belangrijkste boek van de twintigste eeuw betiteld.


29 mei 2015: Prof. dr. J.J. Graafland

Tomás Sedlácek (1977)

De ecomomie van goed en kwaad In 'De economie van goed en kwaad' bekijkt Sedlácek zijn vakgebied door een volstrekt nieuwe bril en daagt hij ons uit tot een volstrekt nieuwe kijk op de wereld. De economie is een wetenschap, een waardevrij wiskundig onderzoek, wordt vaak beweerd. Maar voor Sedlácek is de economie iets van onze cultuur, een product van onze beschaving. ‘Zelfs het meest doorwrochte wiskundige model,’ zegt hij, ‘is op de keper beschouwd een verhaal, een parabel, onze poging om de wereld waarin wij leven op een rationele manier te doorgronden.’