Programma seizoen 2018-2019

Een nieuw seizoen voor onze studiekring waarin vrij recente publicaties voor een belangrijk deel de onderwerpkeuzes hebben bepaald. Hierdoor ligt het voor de hand dat de actualiteitswaarde van sommige thema’s wat hoger ligt dan gebruikelijk. Verder komen ook meer tijdloze onderwerpen aan de orde zoals het nadenken over kennis. Overigens doet het gebruik van het begrip tijdloos denken aan een opmerking van Augustinus die in ons tweede thema aan de orde komt: Het menselijk tijdsbegrip ligt ten grondslag aan herinnering en verwachting. Hierbij aansluitend kunnen we ook vanuit ons kringwerk goede bijeenkomsten in herinnering brengen en gelet op het programma voor dit seizoen opnieuw inspirerende avonden verwachten.

De keuze van het eerste thema religie in de publieke ruimte is ingegeven door het proefschrift van Teunis van Kooten (dec. 2017) waarvan ook minister Grapperhaus met belangstelling een exemplaar in ontvangst heeft genomen. Op de tweede kringbijeenkomst komt de schrijver zijn dissertatie over scheiding van kerk en staat toelichten. Op de opening van ons kringseizoen zal Roel Kuiper juist het complement van deze scheiding onder de loep nemen. Uit zijn bijdrage in deze syllabus blijkt uit de aanbeveling in het WRR-rapport dat ook dit onderwerp in de belangstelling staat.

Beatrice de Graaf heeft op verzoek van de PKN een boek over veiligheid geschreven. We stellen het op prijs dat zij ook bij ons een presentatie van Heilige strijd wil geven. Omdat  in het boek op Augustinus wordt teruggegrepen is in overleg als tweede thema Augustinus anno nu gekozen. Daarom zijn we heel blij dat op de voorafgaande avond Augustinuskenner Paul van Geest ons bij dit thema relevante zaken wil aanreiken.

De reden van de keuze van ons derde thema Calvijn en de economie is tweeledig. Vorig seizoen hebben we in het kader van het Reformatiejaar een thema Luther opgenomen en ter completering  leek het ons goed om nu aandacht aan Calvijn te besteden. Bovendien stond in het tijdschrift Sophie een interview met Roelf Haan over de voor velen niet zo voor de hand liggende combinatie van de reformator met deze sociale wetenschap. We waarderen de bereidheid van de geïnterviewde om zijn inzichten betreffende dit thema te presenteren onder de titel Waarheid en wijsheid in de economie. Op de hieraan gekoppelde avond zal Roel Jongeneel zijn inzichten vanuit zijn boek Eerlijke economie met ons delen.

Ons laatste thema is gelijk aan de prikkelende titel van het boek van Onno Zijlstra: Een zekere twijfel. Hij behandelt hierin aan de hand van de vier vragen van Kant een geschiedenis van de westerse filosofie. Zijlstra hanteert in zijn boek een toegankelijke schrijfstijl waarbij de tekst bovendien verluchtigd wordt met passende tekeningen. We hebben de schrijver gevraagd om het eerste hoofdstuk Wat kan ik weten? voor ons in te leiden. Daarna –op de laatste avond van het seizoen– is René van Woudenberg bereid om hoofdstuk drie Wat mag ik hopen? vanuit zijn deskundigheid ons te presenteren. We overwegen overigens om het volgende seizoen de andere twee hoofdstukken aan de orde te stellen waarbij we ons realiseren  dat een dergelijk intensief gebruik eigenlijk noopt tot aanschaf van het boek. Hierover volgt nog verdere informatie.

Laten we net zoals we zijn begonnen ook eindigen met een uitspraak van Augustinus: Bij wijsheid hoort het doorgronden met het intellect van wat eeuwig is; bij kennis het rationeel begrijpen van wat tijdelijk is.


12 oktober 2018: Prof. dr.  Roel Kuiper

De publieke zeggingskracht van religie: Voorbij de scheiding van kerk en staat

Onlangs verscheen een opmerkelijk rapport bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dit is een belangrijk adviesorgaan van de regering. Het gaat over de rol van religie in de samenleving: Geloven in het publieke domein. Het rapport ziet een belangrijke rol weggelegd voor gelovigen. Mag dit christenen hoopvol stemmen? Lange tijd werd onheilspellend verkondigd dat geloven een privéaangelegenheid was geworden. Was het niet de inzet van de Paarse kabinetten – althans van Paarse ministers – om religie zoveel mogelijk te weren van het publieke terrein? Geloven deed je thuis. Hoe lang is dat geleden? En wat beleven we dan nu? Burgemeesters die de rol van kerk en synagoge aanprijzen. Wetenschappelijke rapporten die de politiek manen zich meer van geloof en religie aan te trekken.

Ik wil in deze korte bijdrage enkele aspecten uit het WRR-rapport lichten. Het gaat me om de wisselwerking tussen religie en samenleving en de rol van kerken. Gevestigde orthodox-christelijke kerken waren gewend aan een uitgekristalliseerde regeling van de verhouding tussen kerk en staat. Toch kunnen de kerken, nu er nieuwe kansen ontstaan, een nieuwe bijdrage leveren. Juist omdat in Nederland de verhouding tussen religie en samenleving nooit hermetisch afgesloten is. De kerken moeten dan wel leren zelf de grenslijn weer over te steken en zich te manifesteren op het publieke erf.


9 november 2018: Mr. dr. Teunis van Kooten

Scheiding van kerk en staat

In deze lezing staat in het bijzonder de vraag centraal hoe kerkgenootschappen gegeven  hun bijzondere karakter, binnen de huidige regelgeving en rekening houdend met hun eigenheid als bijzondere rechtsvorm, juridisch volwaardig kunnen functioneren als onderdeel van de Nederlandse civil society en daarnaast welke aanpassingen in die regelgeving gewenst zijn om dat functioneren te optimaliseren.

In de regelgeving die (mede) betrekking heeft op kerkgenootschappen komt de opvatting van de staat over zijn neutraliteit te aanzien van religieuze stromingen tot uitdrukking. Deze regelgeving heeft onder andere betrekking op de institutionele autonomie van kerkgenootschappen, de wijze waarop de overheid hen faciliteert en hun deelname aan het maatschappelijk verkeer regelt. In die regelgeving kan de staat er ook voor kiezen om af te zien van het geven van voorschriften, bijvoorbeeld omtrent de wijze van organisatie van kerkgenootschappen. Deze lezing gaat in op een drietal aspecten van deze regelgeving.


14 december 2018: Prof. dr. Paul van Geest

Met zachte hand: Augustinus over dwang in kerk en maatschappij

Het werk van Aurelius Augustinus (354-430) staat wereldwijd ook in de 21e eeuw onverminderd inde belangstelling. Dit is misschien ook wel omdat er in zijn werk ook heel wat ‘stenen des aanstoots’ te vinden zijn voor mensen van vandaag. Augustinus’ uitspraken en opvattingen over vrouwen of over joden, over lichamelijkheid en (homo)seksualiteit of over theologische kwesties zoals predestinaties zorgen nogal eens voor verontwaardigde en afwijzende reacties. Het betreft hier juist thema’s die in onze eigen tijd gevoelig liggen, zonder dat dit meteen het geval was in Augustinus’ dagen. Vanuit modern perspectief bestaat daardoor het risico dat Augustinus’ denkbeelden eenzijdig of gekleurd worden weergegeven, of zelfs dat hij compleet verkeerd wordt geïnterpreteerd. Deze lezing gaat over zo’n heet hangijzer uit de Augustinus-receptie: zijn opvattingen over geweld en dwang. Dwang in zake van godsdienst? Het staat haaks op moderne waarden als respect voor andersdenkenden en religieuze pluriformiteit.Toch moeten we beseffen dat een concept als ‘religieus geweld’ in de oudheid niet eens bestond. In deze lezing wil ik de opvattingen van Augustinus over dwang en geweld behandelen binnen hun historische contekst.


11  januari 2019: Prof. dr. Beatrice de Graaf

Heilige strijd: Het verlangen naar veiligheid en het einde van het kwaad

Uitgangspunt voor deze lezing is het boek dat Professor Beatrice de Graaf op verzoek van de PKN geschreven heeft om vanuit protestants-christelijk referentiekader een bijdrage te leveren aan het debat over veiligheid. Zij beweegt zich in het spoor van de Reformatie en grijpt daarbij terug op Augustinus. De Graaf past het onderscheid dat de reformatoren Luther en Calvijn maakten tussen securitas, menselijke zekerheid, en certutido, de zekerheid die God Gbiedt, toe op veiligheid. In het spoor van Augustinus, Luther en Calvijn ontwikkelt De Graaf haar eigen visie op veiligheid, waarbij ze zich baseert op Micha 6:8: “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God”


8  februari 2019 : Dr. Roelf Haan

Verborgen vragen: Waarheid en wijsheid in de economie

Nut mag niet verward worden met zin; efficiëntie kan tot stand gebracht worden, zin deelt het grenskarakter van het begrip waarheid. In de economische wetenschap domineert de constructie vooraf, volgens het model van de neoklassieke orthodoxie. De theorie bestudeert veeleer zichzelf dan de economische werkelijkheid; die bestaat uit concrete ervaringen van mensen van vlees en bloed. De institutionele verankering in officiële faculteiten, instituten en publicaties belemmert een vruchtbare verhouding tussen deze theoretische en de reële wereld. Er zijn echter steeds meer initiatieven die de aansluiting beter willen leggen. Dit betekent dat op de rol van het eigenbelang terreinwinst wordt geboekt  op die van het algemeen belang als verklarende principes van economische processen. Calvijn heeft in dit verband als gulden regel en fundamenteel principe in de economie gesteld: “Alles wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus”


8  maart 2019 : Dr. ir.  Roel Jongeneel

Eerlijke economie; Calvijn en het sociaaleconomisch leven

Wie kennis neemt van wat Calvijn heeft gedaan en geschreven kan niet anders dan diep onder de indruk zijn. Centrale elementen in Calvijn's theologisch denken zijn de eer van God en het heil van de mensen. Hij benadrukt daarom de eenheid van het leven. Ook het economisch leven ontsnapt daarbij niet aan zijn aandacht. Zijn visie op de economie wordt gekenmerkt door zorg en solidariteit. Ze is daarom ook altijd een sociale economie om te voorzien in de basisbehoefte van allen. De reformator was bovendien bij alles ook heel nuchter: hij handelde vaak pragmatisch en praktisch.


12 april 2019: dr. Onno Zijlstra

Wat kan ik weten? Kennis en werkelijkheid

De vier 'grote vragen' van Immanuel Kant vormen in het boek Een zekere twijfel de leidraad voor een inleiding in de filosofie: Wat kan ik weten?, Wat moet ik doen?, Wat mag ik hopen? en Wat is de mens?.

Onno Zijlstra brengt in zijn boek de vragen tot leven en beschrijft de antwoorden die grote denkers in de loop van de tijd op die fundamentele vragen hebben gegeven. Hij verbindt de alledaagse werkelijkheid met de ideeën van de grote filosofen. Omdat de antwoorden vaak opvallend uiteenlopen, worden we uitgedaagd mee te denken en positie te kiezen.

In deze lezing behandelt Zijlstra de eerste vraag.


17 mei 2019 : Prof. dr. René van Woudenberg

Wat mag ik hopen? De vraag naar de zin van het bestaan

De vier 'grote vragen' van Immanuel Kant vormen in het boek Een zekere twijfel de leidraad voor een inleiding in de filosofie: Wat kan ik weten?, Wat moet ik doen?, Wat mag ik hopen? en Wat is de mens?.

Onno Zijlstra brengt in zijn boek de vragen tot leven en beschrijft de antwoorden die grote denkers in de loop van de tijd op die fundamentele vragen hebben gegeven. Hij verbindt de alledaagse werkelijkheid met de ideeën van de grote filosofen. Omdat de antwoorden vaak opvallend uiteenlopen, worden we uitgedaagd mee te denken en positie te kiezen.

In deze lezing behandelt René van Woudenberg de derde vraag: Wat mag ik hopen? Hij doet dat uiteraard vanuit zij eigen perceptie.

 
Meer artikelen...